La Vuelta Femenina: ploegentijdrit, sprints en bergen

Het peloton heeft de voorjaarsklassiekers achter zich gelaten en richt de blik nu op de rittenkoersen. Op de eerste dag van mei begint de eerste ‘grote ronde’ van het jaar: La Vuelta Femenina. Liv Racing TeqFind komt met een veelzijdige ploeg aan de start die zichzelf op elk terrein moet kunnen tonen. 

Van 5 naar 7 dagen
La Vuelta Femenina is van vijf naar zeven dagen gegaan dit seizoen. De wedstrijd gaat in totaal over 730,3 kilometer verdeeld over 7 ritten. De rensters beginnen met een ploegentijdrit over 14,5 kilometer. De tweede rit kent een lastige klim op 20 kilometer van de finish, waardoor het peloton waarschijnlijk in uitgedunde vorm gaat sprinten in Pilar de la Horadada. Een dag later is er een echte kans voor de sprinters, wanneer de finish in La Roda ligt na een vlakke rit. Daarna trek het peloton de heuvels en bergen in. Zo eindigt de vijfde etappe op de Mirador de Peñas Llanas op 1483 meter hoogte. De voorlaatste etappe kent twee klimmen van tweede categorie in de laatste 40 kilometer van de koers. De Lagos de Covadonga vormt de uitsmijter van de koers. De klim van 16 kilometer met een gemiddeld stijgingspercentage van 7,4% wacht aan het einde van de zevende en laatste rit.

Sterke en veelzijdige ploeg
Liv Racing TeqFind komen met een veelzijdige ploeg aan het vertrek die op elk terrein uit de voeten moet kunnen. Voor de bergritten en het klassement rekent de ploeg op Spaans kampioen Mavi Garcia. In de Ardennen liet de Spaanse al zien dat de vorm groeiende is. In de sprintetappes wordt er binnen de ploeg gekeken naar Rachele Barbieri. Caroline Andersson, Tereza Neumanova, Katia Ragusa, Silke Smulders en Quinty Ton voegen nog meer stootkracht toe aan de ploeg. Zij kunnen allemaal in steun rijden van Garcia en Barbieri, maar hebben eerder dit seizoen ook al bewezen zichzelf te kunnen te tonen.

“Speciaal om in eigen land te koersen”
Voor Spaans kampioene Garcia wordt het een speciale rittenkoers, aangezien ze haar Spaanse kampioenentrui kan tonen voor eigen publiek. “Het is altijd speciaal om met deze prachtige trui in mijn eigen land te koersen. Er zijn altijd veel mensen die voor mij juichen en mij steunen. Daarom is het ook geweldig om te zien dat de Vuelta nu over zeven dagen gaat. Op deze manier is er nog meer aandacht voor onze koersen en daar word ik natuurlijk blij van.”

Voorafgaand aan de Ardennenklassiekers trok Garcia op hoogtestage. In de Waalse Pijl eindigde ze net naast het podium, maar de Spaanse Liv Racing TeqFind renster denkt dat ze nog verder kan verbeteren. “Ik heb hard gewerkt op hoogte. Dat kwam niet altijd tot uiting in de resultaten tijdens de Ardennenklassiekers. Ik voel me echter goed en groei tot naar mijn topvorm. We gaan zien hoe de komende week in Spanje gaat. Het klassement gaan we dag per dag bekijken. De eerste test is de ploegentijdrit. Voor de Amstel deden we een test met de ploeg. Een ploegentijdrit is een speciale en gecompliceerde discipline. We voelen elkaar goed aan en hebben dus vertrouwen in een goed resultaat.”

Barbieri mikt op eerste dagen
De Italiaanse sprintser Barbieri mikt op de tweede en derde etappe. “De Vuelta zou aanvankelijk niet op mijn programma staan, maar samen met de ploeg hebben we besloten om toch een poging te wagen in Spanje. Het voorjaar verliep niet zoals gehoopt door ziekte en een flinke portie pech. In deze Vuelta zijn twee goede mogelijkheden om mij te tonen. Ik mik op het ritpodium. Vorige week was ik actief tijdens de Nations Cup op de piste in Canada met de Italiaanse achtervolgingsploeg. Dus ik heb wat snelheid van de baan in mijn benen. Deze week werkte ik thuis de laatste voorbereidingen af om klaar te zijn voor de Vuelta.”

Rittenschema
01/05, rit 1:
Torrevieja – Torrevieja (14.5 km, TTT)
02/05, rit 2: Orihuela – Pilar de la Horadada (105.1 km)
03/05, rit 3: Elche de la Sierra – La Roda (148.2 km)
04/05, rit 4: Cuenca – Guadalajara (133.1 km)
05/05, rit 5: La Cabrera – Mirador de Peñas Llanas, Riaza (129.2 km)
06/05, rit 6: Castro-Urdiales – Laredo (106.7 km)
07/05, rit 7: Pola de Siero – Lagos de Covadonga (93.5 km)